De bij de aanslagen van Parijs en Brussel betrokken Mohamed Abrini, heeft over de weken vooraf en na de aanslag aan de rechter verteld. Documenten hiervan zijn bij het Franse radiostation France Inter terechtgekomen. Abrini is spraakzaam, in tegenstelling tot Salah Abdeslam die blijft zwijgen. Abrini is twee maanden na zijn arrestatie, op 1 juni 2016, door de rechter ondervraagt over de voorbereidingen betreffende de aanslagen van Brussel en Parijs. Tijdens het verhoor bekende Abrini dat hij meerdere reizen, met Salah Abdeslam en zijn broer, maakte tussen Parijs en Brussel. Hij deed ook een boekje open over de verschillende onderduikadressen die ze gebruikten om aan de politie te ontsnappen.

Man met het hoedje

Mohamed Abrini (32), ook wel de man met het hoedje, die op camerabeelden van de Brusselse luchthaven vlak na de explosies op 22 maart 2016 is vastgelegd, had een donker zonnehoedje op en liep achter een bagagekar. Abrini stond al langer op de Europese opsporingslijsten, voordat hij in de media is verschenen. Een beveiligingscamera had Abrini en Salah Abdeslam op 11 november 2015, langs een Franse snelweg, vastgelegd.

eifel toren

Konvooi van dood en verderf

De drie mannen spraken op 12 november 2015 in Charleroi af om de andere leden van de terreurcel te ontmoeten. Het ging hierbij om de cel die later met drie auto’s naar Parijs zou gaan om dood en verderf te zaaien. Mohammed Abrini zegt het volgende hierover: “die gasten in dat appartement, dat waren mijn vrienden. Ik wist dat ze hun dood tegemoet gingen. Het voelde alsof ik hen vergezelde naar hun laatste momenten. Het was een konvooi des doods, die drie auto’s.”

De mannen reden vanuit Charleroi naar een schuilplaats in de voorstad van Parijs, Bobigny. Wat Abrini opviel is dat zijn vrienden rustig bleven, ondanks dat ze wisten dat ze zichzelf zouden gaan opblazen met bomgordels. Abrini herinnert zich: “mijn vrienden waren rustig en kalm. Ze maakten eten klaar in de keuken, keken wat televisie. Ze leken helemaal geen stress te hebben.”

Abrini nam in Bobigny afscheid van de ‘Parijse’ zelfmoordenaars en nam een taxi naar Brussel. De dag na zijn aankomst vond de tragedie van 13 november 2015 in Parijs plaats. Kort na de aanslagen van Parijs besloot de Franse justitie om beelden van het tankstation met Abrini en Abdeslam te verspreiden. Mohamed Abrini was na Salah Abdeslam, de meest gezochte man in Frankrijk en België.

In één van de schuilplaatsen in Brussel werd Abrini, door andere leden van de terreurcel, met Salah Abdeslam, herenigd. Aan de rechter vertelt Abrini over Salah Abdeslam, die Parijs was ontvlucht, het volgende: “hij was bleek en moe”. ‘Het is gebeurd’, zou Abdeslam tegen zijn vriend hebben gezegd.

Een naaimachine

Twee maanden lang moesten de mannen onderduiken. Ze trokken van schuilplaats naar schuilplaats. In eerste instantie verbleven ze in een flat in Schaarbeek en hier herinnert Abrini zich een naaimachine. Hij zegt: ‘het meest onschuldige voorwerp in dat appartement’. Vlak ernaast stond een pan met poeder en draden, welke als explosief gebruikt konden worden.

De volgende schuilplaats was in Jette, een andere gemeente bij Brussel. “Daar leefden we met zes man in een erg kleine ruimte. Het was er ook erg vochtig. Ik zag er geen sporen van explosieven, daar was de ruimte te klein voor.” Na Jette ging Abrini naar een vergelijkbaar schuiladres in Vorst. “Ook daar was het vochtig en koud, de muren leken van karton”.

De groep ging uit elkaar in de aanloop naar de aanslagen op 22 maart 2016 op de luchthaven Zaventem en metrostation Maalbeek. Mohammed Abrini werd vorig jaar april in Anderlecht opgepakt en zit vast in België, maar Frankrijk wil hem ook berechten.